Provincie en zeven gemeenten werken samen een regionaal warmteplan uit

publish date
05.07.2024
???module.newsItem.label.themes???

Samen met de provincie Antwerpen hebben Brasschaat, Brecht, Kapellen, Schilde, Schoten, Stabroek en Wijnegem een regionaal warmteplan uitgewerkt. Met het plan willen de zeven gemeenten tegen 2050 alle woningen en gebouwen op hun grondgebied fossielvrij verwarmen. Het warmteplan gaat daarom op zoek naar lokale warmtebronnen en manieren om deze slim in te zetten. Denk aan warmte uit het kanaalwater of koude-warmte-opslag in de ondergrond. Ook het type bebouwing en de ruimtelijke indeling spelen een rol. Zo kunnen bedrijven met een warmteoverschot die warmte mogelijk delen met de buurt en met buurgemeenten. 

80% van het energieverbruik van gebouwen gaat naar de verwarming van ruimtes en van sanitair water. Dat blijkt uit cijfers van sectororganisatie voor duurzame energie ODE. Met een doordacht warmteplan kunnen Vlaamse steden en gemeenten hun energieverbruik dan ook drastisch naar beneden halen. Dat kan bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat bij verwarmen en koelen zo weinig mogelijk energie verloren gaat, en door zo veel mogelijk lokale hernieuwbare warmtebronnen in te zetten. 

Beeld 'Energielandschap Noordertuin

Het regionaal warmteplan is de eerste realisatie van Energielandschap Noordertuin. Dat is een samenwerking tussen de gemeenten Brasschaat, Brecht, Kapellen, Schilde, Schoten, Stabroek en Wijnegem en de provincie Antwerpen.

De voordelen van samenwerken

Samenwerken rond energieopwekking en energiebesparing geeft heel wat voordelen. Zo kunnen buurgemeenten hun lokale energievraag en aanbod beter op elkaar afstemmen. Ze kunnen ook lokale energiebronnen delen over gemeentegrenzen heen. Daardoor vergroot elk van de zeven gemeenten de eigen slagkracht om haar klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen.  

De zeven gemeenten binnen Energielandschap Noordertuin lijken op elkaar qua ruimtelijke indeling en energiekansen. Zo is de regio relatief dunbebouwd en zijn er veel vrijstaande woningen en gebouwen. De ondergrond is er geschikt voor koude-warmte-opslag, en uit het water van het Albertkanaal en van het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten kan warmte gerecupereerd worden ('aquathermie').

Net omdat hun situatie zo vergelijkbaar is, kiezen de zeven gemeenten ervoor om hun ‘ruimtelijk energiebeleid’ samen te organiseren binnen Energielandschap Noordertuin. Hét uitgangspunt daarbij is ‘de juiste energie op de juiste plaats’: waar liggen lokaal de beste kansen voor productie, opslag én besparing van energie.

Energielandschap Noordertuin koppelt energietransitie aan ruimtelijke ordening

Omdat we voor de energietransitie letterlijk plaats nodig hebben, is lokaal energiebeleid onlosmakelijk verbonden met onze ruimtelijke ordening. Bovendien verschillen de energiemogelijkheden van plaats tot plaats. Ook dat ervoor dat het belangrijk is om ruimtelijke ordening bij het energieverhaal te betrekken. Het is die ‘ruimtelijke aanpak’ die de basis vormt van de energielandschappen in de provincie Antwerpen.

Willen we minder afhankelijk worden van geïmporteerde en fossiele brandstoffen, dan moeten we kijken waar onze eigen, lokale energiebronnen zitten. Dat kunnen natuurlijke bronnen zijn, zoals zonne-energie, aardwarmte of windenergie, maar net zo goed kan het gaan om heel specifieke kansen die de omgeving biedt. Staan gebouwen dicht bij elkaar? Dan kunnen ze mogelijk op een gezamenlijke energiebron aansluiten. Zijn er wijken met oudere woningen? Dan is een collectieve isolatieaanpak interessant. Lokale, hernieuwbare warmte kan komen uit bijvoorbeeld de ondergrond of een lokale waterloop.

De energietransitie bepaalt zo mee de ruimtelijke ordening van morgen, en omgekeerd.

Warmtenet, warmtepomp of warmte uit het water?

Bij de opmaak van het regionaal warmteplan keken de provincie en de zeven gemeenten daarom zowel naar de best toepasbare lokale verwarmingstechnieken als naar de ruimtelijke ordening. Zeker bij warmtetransport speelt afstand een grote rol. Met elke extra meter leiding gaat warmte verloren. Gebouwen via een warmtenet aansluiten op een gezamenlijke warmtebron, doe je dus best wanneer de gebouwen in kwestie én de warmtebron dicht bij elkaar liggen. Vrijstaande gebouwen die ver van elkaar af staan zijn dan weer gebaat met een eigen, 'intern' verwarmingssysteem, bijvoorbeeld een warmtepomp. Door de warmtebron dichtbij te houden, vermijd je onnodig warmteverlies.

Met het Albertkanaal en kanaal Dessel-Turnhout-Schoten op het grondgebied heeft Energielandschap Noordertuin twee potentieel interessante warmtebronnen voor aquathermie. Dat is een techniek die warmte haalt uit het water van een rivier, kanaal of zelfs de riolering. Niet alleen het kanaalwater is een lokale warmtebron voor Noordertuin. Er zijn ook enkele bedrijven die veel restwarmte produceren en die deze warmte aan hun naaste buren zouden kunnen leveren. Bovendien is de ondergrond van Noordertuin op vele plaatsen geschikt voor koude-warmte-opslag (KWO). Dat is een manier om warmte of koude in de bodem op te slaan om er dan gebouwen mee te verwarmen en/of te koelen.

Begeleiding door de provincie Antwerpen

Een groep personen staat in een zaal gebogen over kaarten en tabellen op tafels. Voor hen is een grote projectie zichtbaar van de warmtezoneringskaart voor Energielandschap Noordertuin.
Medewerkers van de provincie Antwerpen en de zeven gemeenten brachten de warmtekansen in kaart voor Energielandschap Noordertuin.

Samen met de provincie Antwerpen hebben de zeven gemeenten al hun specifieke noden en kansen bij elkaar gebracht. Alle mogelijke duurzame warmtebronnen die in de streek voorhanden zijn, hebben we in kaart gebracht. Daarnaast analyseerden we ook waar de grote warmtevragers zitten. Dat kunnen bedrijven, dichtbebouwde woonwijken of openbare gebouwen zoals scholen en ziekenhuizen zijn. Op basis van deze hele anlayse is het overkoepelende regionaal warmteplan uitgewerkt.

Vier personen poseren op het grasveld voor het Antwerpse Provinciegebouw. De persoon links draagt een bord met 'Energielandschap Noordertuin - Regionaal warmteplan'. De andere drie personen leunen op grote kubussen met verschillende opschriften: 'Duurzame steden en gemeenten', 'Klimaatactie' en 'Betaalbare en duurzame energie'. Dit zijn enkele van de SDG-doelstellingen, waar de provincie Antwerpen zich achter schaart.
Een team van ruimtelijk planners en energiemakelaars van de provincie Antwerpen begeleidt de zeven Noordertuingemeenten bij het regionale warmteplan.

De zeven Noordertuingemeenten willen hun lokale warmtekansen nu allemaal zo goed mogelijk gaan toepassen. Bovendien nemen de zeven gemeenten elk één specifieke warmtekans onder de loep en delen ze hun ervaringen met de groep. Zo leren de Noordertuingemeenten van elkaar. Een ander onmiskenbaar voordeel is dat de energietransitie wordt aangepakt volgens een duidelijk ruimtelijke visie: de juiste energie op de juiste plaats. Een team van ruimtelijke planners en energiemakelaars van de provincie Antwerpen blijft de gemeenten daarbij verder begeleiden.